Moet de wereldkerk gereformeerd worden?
De kerk? Dat is een westers ding. Althans, zo zien veel mensen in bijvoorbeeld het Midden-Oosten dat nog steeds. Uiteraard klopt daar niets van; het christelijk geloof begón juist in het Midden-Oosten. En daarvandaan verspreidde het zich snel over de toenmalige bekende wereld. Binnen een aantal decennia waren er kerken in Frankrijk, India en zelfs China. De kerk is dus altijd een wereldkerk geweest, en zeker géén westerse uitvinding.
Het is waar: ooit woonden de meeste christenen in Europa. Maar dat is allang niet meer zo. In de laatste eeuw is het zwaartepunt van de wereldwijde christelijke gemeenschap verschoven van Europa en Noord-Amerika naar Afrika, Azië en Zuid-Amerika.
Het bekende zendingsadagium ”van het Westen naar de rest” is definitief vervangen door ”van overal naar iedereen”. In Amsterdam kun je zendelingen uit Ghana treffen terwijl Bijbelvertalers van de Veluwe in Zuid-Amerika werken.
Dat is een gigantische ontwikkeling, volgens sommige theologen vergelijkbaar met de Reformatie 500 jaar geleden. Maar in tegenstelling tot de Reformatie is het een ontwikkeling die zich in stilte heeft voltrokken, zonder trompetgeschal of tromgeroffel. Canterbury
Wat hebben we aan die constatering dat de wereldkerk naar het zuiden is opgeschoven? Nou, helemaal niks als je ervan overtuigd bent dat je het volle gelijk toch al aan je kant hebt. Nog te vaak denkt de westerse kerk op die manier, ook al zijn ”wij” vaak veel liberaler geworden dan de rest van de wereldkerk.
Heel pijnlijk werd dat de afgelopen weken zichtbaar in de anglicaanse kerkgemeenschap. Die telt wereldwijd zo’n 85 miljoen leden die aangestuurd worden door bisschoppen. De „eerste onder zijns gelijken” is de aartsbisschop van Canterbury in Engeland. Dat is sinds kort voor het eerst een liberale vrouw, Sarah Mullally. Grote delen van de wereldkerk hebben moeite met zowel het feit dat ze vrouw is als het feit dat ze voorstander is van het inzegenen van homoseksuele paren. Daardoor valt de wereldwijde anglicaanse gemeenschap op dit moment uit elkaar.
De vraag die velen daarbij hebben laat zich raden: Is dit het echt waard? Als je zo overtuigd bent van je liberale gelijk, mag de wereldwijde kerk daar dan over scheuren? Of is dit eigenlijk gewoon een verlaat uitvloeisel van koloniaal christendom waarbij de westerse kerk koste wat kost haar zin doordrijft? Heiligschennis
Nu is dit een relatief makkelijk voorbeeld, want de anglicaanse Sarah Mullally voelt niet als een bedreiging voor Nederlandse reformatorische kerken. Maar wat als het dichter bij huis komt?
Moeten kerken in Azië en Afrika eerst gereformeerd zijn om mee samen te kunnen werken?
Moet de wereldwijde kerk als het erop aankomt precies worden als wij? En wat betekent dat dan? Moeten kerken in Azië en Afrika eerst gereformeerd zijn om mee samen te kunnen werken? Moeten hun leidsmannen door de Reformatie en Nadere Reformatie zijn gekropen?
De vraag daaronder is eigenlijk: wat is onopgeefbaar Bijbels en wat is mede door de context ontstaan? Was de Reformatie een onaantastbare ontwikkeling voor de hele wereldkerk van alle plaatsen en tijden of is dat proces allereerst door God gebruikt om de Europese kerk terug te brengen naar Zijn Woord?
Die vragen alleen al zullen door menigeen als heiligschennis worden ervaren, maar wie zich oprecht wil verhouden tot de wereldwijde kerk zonder opnieuw in koloniale machtsverhoudingen te vervallen, zal er vroeg of laat doorheen moeten. Een van de eerste lessen die de globale kerk leert, is namelijk dat onze theologie altíjd beïnvloed is door onze context in plaats en tijd. Dat kan niet anders. Als het niet zo is, loopt de theologie het gevaar totaal irrelevant te worden omdat ze geen antwoorden geeft op de vragen waar mensen vandaag mee zitten. Voortdurend hervormen
Een interessante stem in dit licht is die van Allen Yeh, een Aziatische Amerikaan die lesgeeft aan het gereformeerde International Theological Seminary in Los Angeles. „Een Europeaan zal een bepaald perspectief op God hebben, gebaseerd op zijn of haar geschiedenis en interacties met Hem, een Aziaat zal iets anders zeggen, een Afrikaan weer iets anders, en een Latino nog weer iets anders. Niemand heeft het volledige plaatje van God”, schrijft Yeh in zijn boek ”Polycentric Missiology”.
Is dat niet heel relativistisch? Er is toch één Woord dat zeer vast is? Volgens Yeh is het zeker geen relativisme, maar een kwestie van verschillende perspectieven, zoals de vier evangeliën ook elk hun eigen perspectief hebben. We hebben de perspectieven van de wereldkerk hard nodig als we niet vast willen komen te zitten in ons eigen gelijk.
Het wereldchristendom in al zijn schakeringen biedt juist een kans om voortdurend te hervormen, zoals de reformatoren ook wilden. „We moeten niet zo arrogant zijn om te denken dat we alle waarheid hebben ontdekt en dat alles over God al bekend is”, schrijft Yeh, „anders kunnen we net zo goed onze pen neerleggen en nooit meer een woord over theologie schrijven.”
Dus moet je willen dat de wereldwijde kerk in haar totaliteit gereformeerd wordt? Nou, in elk geval niet als dat betekent dat ”wij” 500 jaar geleden herontdekte, statische waarheden over God opleggen aan anderen terwijl ”zij” niets terug mogen zeggen. De gereformeerde traditie staat robuust op het fundament van het Woord. Anderen die óók hun houvast ontlenen aan het Woord kunnen daar soms verrassend nieuwe dingen over zeggen.
De wereldkerk echt op waarde schatten betekent soms heel eenvoudig: iets minder zelfverzekerd worden dat onze manier van denken en doen de enige ware is.