Gerjanne van Lagen: Er is een kloof ontstaan tussen de ”gemiddelde kerkganger” en ”mannen die leidinggeven”
Mannen die leidinggeven in kerkelijk Nederland: hoor de honger van de ‘gewone’ kerkgangers. En houd de kern van het Evangelie warm in plaats van de randen scherp.
Begin oktober was ik een week in Uganda, samen met de stichting NET Foundation. Die leidt lokale pastors op door hun een gratis basisstudie theologie aan te bieden. Ik kreeg dus van zeer dichtbij de kans om in de Ugandese theologische keuken te kijken.
Ik reisde onder leiding van de theoloog Apollo Makara, die twee paspoorten en twee identiteiten heeft: hij is Ugandees én Nederlander. Uiteraard vroeg ik hem het zielshemd van het lijf. En na elke kerkdienst of samenkomst wilde ik het naadje van de theologische (zwarte) kous weten. Van hem leerde ik dat er in Uganda veel cultuurchristendom is. Als je met christenen spreekt, blijken ze weinig te weten van de kern van het Evangelie: Jezus Christus en Die gekruisigd.
In mijn hoofd vindt een clash plaats tussen het kennisloze, spirituele Uganda en het theologisch intellectuele, rationele Nederland
Juist daarom groeide mijn bewondering voor het werk van NET Foundation: de kern van het Evangelie onder de aandacht van de pastors brengen. Ik zag hoe deze stichting op een voor mij zeer overtuigende wijze in het kennishiaat van deze lokale pastors sprong. En ik zag een grote honger bij hen, een gretigheid die mij ontroerde. Ze zaten daar vanuit verschillende denominaties samen, rond die kern van zonde en genade, rond de essentie van misdaad en rechtvaardiging, van duisternis en licht. In een ander licht
Inmiddels heb ik het Ugandese stof van mijn schoenen geklopt en hul ik me in de Nederlandse herfst. Maar zodra ik de krant opensla, bekruipt mij een vage onrust. Ik zie hoe we bakkeleien over verschillende Bijbelvertalingen. Ik zie hoe we worstelen met het thema ”vrouwen in het ambt” en het regent opvattingen en Bijbelteksten. Ietwat beschaamd sluit ik de krant.
Pastors in Uganda zouden staan te juichen bij élke Bijbel die zij vanuit Nederland aangereikt zouden krijgen
In mijn hoofd vindt een clash plaats tussen het kennisloze, spirituele Uganda en het theologisch intellectuele, rationele Nederland. En even weet ik niet wie de basisstudie theologie het meest nodig heeft: de Ugandees of de Nederlander. Waar christenen in Uganda aan de ene kant van het spectrum zitten, zijn wij als Nederlandse christenen doorgeslagen naar de andere kant. We draaien allen rond de kern van schuld en vergeving, van een wegdwalen en een gevonden worden.
En natuurlijk. Je mag best nadenken over de juiste Bijbelvertaling. En natuurlijk: het is goed om in de Bijbel te onderzoeken of ”vrouwen in het ambt” naar Gods wil is. Maar wel allemaal binnen dit kader: in Uganda waren er pastors die überhaupt geen Bijbel hadden. En het zou me niets kunnen schelen welke Bijbel zij vanuit Nederland aangereikt zouden krijgen. De luxe van ons ‘probleem’ steekt schril af tegen de armoede en de problematiek in Uganda. Ze zouden staan te juichen bij élke Bijbel. En ik zou meejuichen.
Met het oog op de wereldwijde kerk komt alles in een ander licht te staan
Ik kwam in Uganda in gemeenten met alleen maar vrouwen en kinderen. De mannen kwamen niet meer in de kerk, vanwege dronkenschap, trots of te hard werken. In zo’n gemeente is er een vrouw die opstaat. Ze heeft aan de universiteit gestudeerd en heeft een groot verlangen om Gods Woord te verkondigen. Wat heb je dan liever? Dat ze een dienst lang alleen maar zingen, omdat er geen mannelijke voorganger is, of dat de desbetreffende vrouw het Evangelie doorgeeft? Iemand vertelde me dat in China een vrouw sprak voor twaalf andere vrouwen. Na jaren was die gemeente uitgegroeid tot 800 vrouwen die God wilden dienen. Was dat tegen Gods orde? Ik voer geen pleidooi voor vrouwen in het ambt. Wel wil ik zeggen dat met het oog op de wereldwijde kerk alles in een ander licht komt te staan. Wat voor ons een splijtzwam is, is voor onze Afrikaanse medebroeders en -zusters een oplossing. Kerkmuurmoe
Ik deelde deze gedachten met mijn naasten, thuis en online. Ik calculeerde onbegrip in. Ik rekende op reacties als „maar dat is een andere cultuur” en „de door jou genoemde punten zijn wel degelijk kernzaken”. Tot mijn verbazing kreeg ik niet één kritiekpunt. Ik kreeg juist ongekend veel bijval van alle ‘gewone’ mannen en vrouwen uit mijn (online)omgeving. Dat ze zo kerkmuurmoe zijn. Zo regeltjesmoe. Zo hokjesmoe. Van ”GerGem” tot ”PKN” spatte de ruziemoeheid me tegemoet. De honger naar het Evangelie die ik bij de pastors in Uganda zag, proefde ik ook bij mijn Nederlandse medechristenen.
Waar wij klein worden, krijgt Christus de ruimte
Deze massale reactiestroom doet mij vermoeden dat er een kloof is ontstaan, langzamerhand en onbewust. Een kloof tussen de ”gemiddelde kerkganger” en de ”mannen die leidinggeven”. En vanuit al onze moeheid richt ik nu dus aan hen het woord. Zij staan in kranten en discussiëren over ongetwijfeld heel Bijbelse en belangrijke zaken. Maar het blijven zaken die niet in een basisstudie theologie zouden staan, maar circuleren rond de blijvende Kern: Jezus Christus en Die gekruisigd. Mijn oproep aan hen is (en ik bedoel het werkelijk in alle nederigheid en meer hongerig dan verwijtend):
- Houd de kern warm in plaats van de randen scherp.
- Hoor de honger van de ‘gewone’ kerkgangers. Luister naar hen, naar hun leegte, hun verwardheid, hun dorst.
- Laat het Evangelie niet verdrinken in randzaken en in nuance op nuance op nuance.
- Maak de vormen dun en de kern zichtbaar.
Kleinheid
Nogmaals: dit is geen pleidooi voor praktische verandering in kerken. Wel pleit ik voor een innerlijke verandering van ons allemaal: dat we beseffen dat met het oog op de wereldwijde kerk al ons vergaderen luxe en relatief is. Ik pleit voor herders die aanvoelen dat hun schapen discussiemoe zijn en hongeren naar het Evangelie en kerkmuurloosheid. Ik pleit voor kleinheid bij ons allemaal. Want waar wij klein worden, krijgt Christus de ruimte. En misschien begint echte vernieuwing niet aan vergadertafels, op synodes of in dit misschien veel te hoogdravende opinieartikel, maar bij een hart dat fluistert, met lege handen: „O God, wees mij zondaar genadig.”
De auteur is docent, auteur en columnist.