Kinderdoop en geloofsdoop beide gezegend in geschiedenis van de kerk
De geloofsdoop en de kinderdoop zijn onmogelijk met elkaar te verzoenen, maar zij worden beide gelegitimeerd door het Nieuwe Testament en zijn beide gezegend in de geschiedenis van de kerk.
De artikelen over de doop in het RD van de laatste weken worden bepaald door de opgang in Nederland van het zogenaamde refobaptisme. Her en der worden kerken gesticht, veelal door jongeren die ervan overtuigd geraakt zijn dat ze zich moeten laten overdopen en dat de geloofsdoop de enige vorm van dopen is die de Bijbel kent. Bijzonder is dat in Spanje een tegengestelde beweging gezien wordt. Daar ontmoet ik jongeren die het gereformeerde belijden hebben leren kennen en vervolgens met overtuiging de stap naar de kinderdoop zetten. Aan beide kanten heerst het gevoel dat de theologie en de praktijk van de kerk verstard zijn.
Een kerk die gesticht wordt op grond van één specifiek element van de geloofsleer komt moeilijk tot evenwicht
Kort geleden correspondeerde ik met een jonge man van Palma de Mallorca over de vraag wat hij moet doen nu hij overtuigd geraakt is van de kinderdoop. Ik stuurde hem een aantal stellingen die ik gebruikt heb in de hervormde gemeente van Rouveen, waar we na terugkeer uit Spanje lid zijn, om de aantrekkingskracht van het baptisme te bespreken. Stellingen die de bedoeling hebben beide standpunten recht te doen en te voorkomen dat gemeenteleden zich zo fixeren op de kwestie, dat ze het lidmaatschap opzeggen en overgaan naar een andere kerk of een andere kerk stichten. In Spanje dus naar een kerk met kinderdoop, in Nederland naar een baptistenkerk. In beide gevallen geldt dat een kerk die gesticht wordt op grond van één specifiek element van de geloofsleer moeilijk tot evenwicht komt. Vaak is zo’n kerk een ééngeneratiekerk.
De stellingen
- De sacramenten ontlenen hun betekenis aan het heil, aan het Evangelie. De denkrichting gaat dus van het Evangelie naar de sacramenten en niet andersom. We kunnen niet zeggen: ik ben gedoopt, dus… Of: ik ben op de júiste wijze gedoopt, of juist niet, en daarom… De sacramenten hebben alleen afgeleide betekenis. Als ze meer betekenis krijgen, leidt dit tot sacramentalisme.
- De doop in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest houdt verband met (1) de liturgische wassingen en reinigingen van het Oude Testament, (2) de doop door Johannes (de doop van bekering; Handelingen 19:4), (3) de doop door de discipelen (Johannes 4:1-2) en (4) misschien ook met de besnijdenis, maar dit verband is niet rechtlíjnig. Daardoor is de doop in de Naam van Vader, Zoon en Heilige Geest tegelijk traditioneel en nieuw.
Bij de kinderdoop ligt de nadruk op het collectieve van het geloof, bij de geloofsdoop op het strikt persoonlijke van het geloof
- In Mattheüs 28:20 staat letterlijk: „Maakt-tot-discipelen [één werkwoord] de volken [onzijdig meervoud], hen [mannelijk meervoud] dopende in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” Wie worden tot discipelen gemaakt? De volken, niet de individuen. Wie worden gedoopt? De discipelen óf de volken tot discipelen. Conclusie: Mattheüs 28:20 bevat zowel een collectief als een individueel aspect.
- De doopleer en de dooppraktijk bepalen niet ons eeuwig heil, evenmin ons geestelijk leven, maar ze bepalen wel in belangrijke mate de visie op de kerk en de opvoeding.
Twee richtingen
We kunnen de kinderdoop en de geloofsdoop als volgt met elkaar vergelijken:
- De kinderdoop wordt gelegitimeerd door de geest en de praktijk van het Oude en Nieuwe Testament (het oudtestamentische verbond en Handelingen 2:39, door de zegening van de kinderen in Mattheüs 19:14, door de huisdoop in Handelingen 16:15 en 33 en 1 Korinthe 1:16 en door de heiliging van de huisgenoten in 1 Korinthe 7:14). De geloofsdoop wordt gelegitimeerd door Markus 16:16. Baptisten leggen de betekenis van juist deze tekst op aan alle teksten over de doop en sluiten daardoor de kinderdoop uit.
- De kinderdoop wordt in het Nieuwe Testament niet verboden, noch expliciet geboden. Ze wordt verondersteld op grond van de patriarchale structuur van de samenleving ten tijde van het Nieuwe Testament. Anderzijds is er geen tekst in het Nieuwe Testament die de kinderdoop expliciet verwerpt, ook geen tekst die de geloofsdoop in detail regelt.
De kinderdoop heeft geleid tot cultuurchristendom, de geloofsdoop tot radicaal christendom
- De kinderdoop is exclusief belofte, een belofte die vervuld wordt in bekering en geloof, waarvan belijdenis gedaan wordt. De geloofsdoop is een bevestiging, een teken en een zegel van de bekering, van het geloof en van de belijdenis.
- De kinderdoop heeft als richting ”van buiten naar binnen”: de belofte wordt meegegeven opdat ze geloofd wordt. De geloofsdoop heeft als richting ”van binnen naar buiten”: er wordt gedoopt omdat de belofte geloofd wordt.
- De kinderdoop is nooit exclusief in een gemeente. Kerken die jonge kinderen dopen, dopen ook altijd volwassenen. Baptistenkerken zijn meestal niet bereid ook kinderen te dopen.
- De kinderdoop is historisch gelegitimeerd sinds de 2e eeuw na Christus. De geloofsdoop verdwijnt in de middeleeuwse kerk, al wordt ze gehandhaafd in kritische bewegingen, onder andere door de waldenzen. Ze keert terug bij de wederdopers, de mennonieten en de baptisten en vooral in de zendingsbeweging van de laatste eeuwen.
- Bij de kinderdoop ligt de nadruk op het collectieve van het geloof: het is werk van de Heilige Geest in verbond, familie en opvoeding. Bij de geloofsdoop ligt de nadruk op het strikt persoonlijke van het geloof.
- De kinderdoop wordt gekenmerkt door respect voor traditie en geschiedenis, maar er is soms/vaak geringe persoonlijke betrokkenheid. De geloofsdoop heeft meestal grotere persoonlijke diepgang, maar ontbeert soms/vaak historisch besef.
- De kinderdoop heeft geleid tot cultuurchristendom, de geloofsdoop tot radicaal christendom.
Vertrouwen
Het blijkt dat geloofsdoop en kinderdoop onmogelijk geheel met elkaar te verzoenen zijn, maar dat beide gelegitimeerd worden door het Nieuwe Testament. Als we ons vertrekpunt in de Reformatie nemen, dan bestaan beide reeds 500 jaar naast elkaar. Vooral wil ik benadrukken dat beide gezegend zijn in de geschiedenis van de kerk. Kerkscheuringen en kerkstichtingen vanwege het standpunt aangaande de doop versterken het Lichaam van Christus niet.
Persoonlijk ben ik dankbaar voor het vertrouwen dat mij geboden wordt door de baptisten met wie ik nog steeds in Spanje en op Cuba samenwerk, hoewel ieder weet dat ik trouw ben aan de kinderdoop. Ik ben zeker niet de enige die deze ervaring in het buitenland heeft. Ik pleit ervoor in Nederland baptisten hetzelfde vertrouwen te bieden.
De auteur is emeritus predikant van de Iglesia Cristiana Reformada de Mataró en gepensioneerd medewerker van de SEZ in Spanje.