- Bart van den Dikkenberg in RD

Waarom deze hoogleraar theologie geen conflict ziet tussen wetenschap en geloof

Staan wetenschap en het christelijk geloof vijandig tegenover elkaar? Ja, zegt Jerry Coyne. Nee, is de stellige overtuiging van Hans Madueme. De behoudende theoloog Madueme neemt scherp stelling tegenover de atheïst Coyne.

Coyne, emeritus hoogleraar biologie aan University of Chicago, beschuldigt orthodoxe christenen ervan dat zij wetenschappelijke waarheden, zoals de evolutietheorie, verwerpen. En hij is de enige niet. Theologie en natuurwetenschap zouden volgens veel seculiere wetenschappers –als twee uitersten– met elkaar in een dodelijk gevecht zijn verwikkeld. Deze conflictthese is ook de reden dat behoudende christenen soms vuurbang zijn voor wetenschap. Maar is dat wel terecht?

Vijandbeeld

Madueme, hoogleraar theologie aan Covenant College in de Verenigde Staten, noemt de claim dat wetenschap en geloof met elkaar in strijd zijn ronduit „misleidend” en „onnodig”, in zijn boek ”Does Science Make God Irrelevant?” (2025). „Atheïsten zeggen dat om het christendom in diskrediet te brengen”, licht hij desgevraagd zijn stellingname toe. „Ze willen de Bijbel in een kwaad daglicht stellen, en anderen ervan overtuigen dat de Bijbel onjuist, verouderd en mythisch is.”

Ook goedbedoelende christenen hangen deze conflictthese soms aan, constateert de theoloog tot zijn spijt. „Zulke christenen zijn zich bewust van het conflict tussen de moderne wetenschap en het Bijbelse christendom – en dat klopt. Maar de conclusie dat de enige relatie tussen Bijbel en wetenschap er een van conflict is, is onjuist.”

Christenen hoeven wetenschap niet te zien als een bedreiging voor het Bijbelse geloof. „De werkelijke dreiging komt van het sciëntisme, niet van de wetenschap”, verklaart Madueme. Het sciëntisme is de overtuiging van veel wetenschappers dat alleen harde natuurwetenschappen, waaronder natuurkunde, scheikunde en biologie, betrouwbare kennis over onszelf en de wereld om ons heen geven. De Bijbelse visie op de oorsprong van de dingen geldt niet als echte kennis, omdat die de empirische natuurwetenschap tegenspreekt; ze zou slechts geloof zijn en geen kennis.

Verrassende relatie

Volgens Madueme hebben wetenschap en geloof echter een „complexe, verrassende relatie” met elkaar: het zijn „intieme vrienden”. De Amerikaanse theoloog heeft nu wel wat uit te leggen: waarom bestaat er dan nog steeds een debat over wetenschap en geloof?

„We geloven dat de Schrift is doorademd met Gods Geest en daarom onfeilbaar is” - Hans Madueme, hoogleraar theologie Covenant College

„De Bijbel is de olifant in de kamer”, betoogt hij. „We geloven dat de Schrift is doorademd met Gods Geest en daarom onfeilbaar is. De meeste christelijke geloofsstukken zijn in tegenspraak met de claims van de gangbare wetenschap.” Madueme somt een aantal op: schepping, zondeval, zondvloed, wonderen, de opstanding van de Heere Jezus, Zijn hemelvaart.

Volgens sciëntisten is het geloof in deze zaken een blind geloof, en zeker geen objectieve waarheid. Simpelweg omdat bovennatuurlijke werkelijkheden onmeetbaar zijn; ze kunnen daarom voor de aanhangers van het sciëntisme niet bestaan. Een sciëntist ziet daarom overal conflicten tussen christendom en de natuurwetenschappen.

„Maar dat is vals alarm”, oordeelt Madueme. „Het conflict bestaat enkel tussen het Bijbelse geloof en het sciëntisme, niet per se met de wetenschap.” Dat onderscheid is volgens hem wezenlijk. „Het christendom is op zichzelf niet tegen wetenschap. Als dat wel zo zou zijn, hoe verklaren we dan dat vroege wetenschappers vrome gelovigen waren?”

De theoloog somt een aantal van die wetenschappers op: Johannes Kepler, Maria Sibylla Merian, Blaise Pascal, Robert Boyle, Robert Hooke, Isaac Newton, Michael Faraday en James Clerk Maxwell. „Het is duidelijk dat antiwetenschappelijke retoriek geen vriend is van het christendom. De wetenschapsgeschiedenis en de theologische aannames van de wetenschap laten iets geheel anders zien.”

Overtuigde atheïsten

Welke theologische aannames bedoelt Madueme? Vandaag de dag zijn veel wetenschappers overtuigd atheïst. „Maar, o ironie, de wetenschap waarbij ze zweren, functioneert vrijwel alleen bij het geleende kapitaal van het christendom. We zouden geen wetenschap hebben, zoals we die nu kennen, zonder de invloed van het christelijk geloof.”

De meeste seculiere wetenschappers erkennen die relatie met het christendom echter niet. „De reden daarvoor is gebrek aan historisch besef. De meeste mensen kennen de geschiedenis van de relatie tussen wetenschap en christendom gewoon niet. En ze accepteren het conflictverhaal zonder enige kritische noot. Maar ik ben er vrij zeker van dat een aantal seculiere wetenschappers die relatie wel goed begrijpt. Maar ze zullen zeggen: „We zijn in staat om wetenschap los te koppelen van dat oude wereldbeeld.””

Hoewel aanhangers van het sciëntisme niet altijd openlijk vijandig zijn richting het christendom, zijn ze ook zeker niet religieus neutraal, stelt Madueme. Hoewel ze het niet zullen erkennen, zijn ze als wetenschapper sterk afhankelijk van onuitgesproken creationistische aannames, bijvoorbeeld over orde in de schepping.

Betrouwbare wetenschap

Christenen nemen aan dat er een wezenlijke scheiding bestaat tussen de schepping en God. Deze aanname is volgens de theoloog de basis voor betrouwbare wetenschap. „In feite kwam de wetenschap vooral in Europa op omdat christenen beseften dat de geschapen natuur zelf niet goddelijk is.”

De theoloog noemt de schepping in zichzelf ook fundamenteel goed. „Dit geloof houdt in dat de fysieke schepping waarde in zichzelf heeft en het waard is om empirisch te worden bestudeerd.” Het leidde in de zeventiende eeuw tot de ontwikkeling van de natuurlijke theologie vanuit de gedachte dat „het bestuderen van de natuur ons helpt de wijsheid van God te ontdekken”.

„Westerse vooringenomenheid heeft de tegenstelling tussen wetenschap en creationisme veroorzaakt” - Hans Madueme, hoogleraar theologie Covenant College

„Sciëntistische wetenschappers bedrijven wetenschap zonder te beseffen dat dit slechts mogelijk is omdat God de Schepper is, en dat de schepping daarom ordelijk is. Het is feitelijk de westerse vooringenomenheid –ten gunste van het sciëntisme– die de tegenstelling tussen de gangbare wetenschap en creationisme heeft veroorzaakt.”

Wonderen

Daarnaast is het sciëntisme niet wetenschappelijk te verdedigen. Zo zijn veel dingen die niet natuurwetenschappelijk kunnen worden getoetst, ook waar. Madueme: „Neem een willekeurige historische gebeurtenis, bijvoorbeeld de Holocaust. Die is niet natuurwetenschappelijk toetsbaar, maar we geloven toch het bewijs dat voorhanden is. We kunnen ook liefde niet natuurwetenschappelijk aantonen en evenmin dat zonsondergangen en symfonieën een bepaalde schoonheid hebben. Hetzelfde geldt voor geestelijke werkelijkheden: de drie-enige God, engelen, duivelen, de menselijke ziel, hemel en hel, en wonderen.”

Het sciëntisme is bovendien met zichzelf in tegenspraak, zegt de Amerikaan. Niemand kan de waarheid van het sciëntisme sciëntistisch bewijzen. Het sciëntisme is immers een filosofie die in de gedachten van mensen huist, en is daardoor ook onzichtbaar voor de empirische wetenschap.

„Het sciëntisme wordt ondergraven door zijn eigen definitie”, constateert Madueme. „Het is een blind geloof dat lijnrecht tegenover het kennen van de werkelijkheid staat, zoals dat binnen het christendom gebeurt. Christenen geloven bovendien dat Gods Woord betrouwbaarder is dan alle menselijke vormen van weten. Want hoe vaak gebeurt het niet dat wetenschappelijke kennis achterhaald blijkt te zijn?”

Tegenspraak

Creationisten zijn geen wetenschaphaters of „struisvogels die hun kop in het zand steken”, vindt Madueme. Ze verwerpen de wetenschap niet, ze stellen alleen maar een bepaalde interpretatie van het fysieke bewijs ter discussie, vervolgt de Amerikaan.

„De claims over de ouderdom van de aarde, fossielen en evolutie zijn gebaseerd op indirect empirisch bewijs. Wetenschappers trekken historische conclusies over empirische gegevens. Vergeleken met wetenschappelijke claims die gebaseerd zijn op direct empirisch bewijs, zijn historische gevolgtrekkingen vatbaar voor fouten en alternatieve interpretaties; ze zijn geladen met niet-herkende religieuze en filosofische bagage.”

„Jongeaardecreationisten zijn minstens even rationeel in hun verwerping van miljoenen en miljarden jaren” - Hans Madueme, hoogleraar theologie Covenant College

Madueme noemt jongeaardecreationisten daarom minstens even rationeel in hun verwerping van miljoenen en miljarden jaren, vanuit hun overtuiging dat God een functioneel heelal schiep in zes dagen. „In tegenstelling tot het irrationele geloof van bijvoorbeeld aanhangers van een platte aarde: zij verwerpen direct empirisch bewijs van onze door God geschonken zintuigen.”

Waardoor is de hedendaagse wetenschap zo beïnvloed door het seculiere denken?

„Het is een ingewikkeld verhaal, maar het komt erop neer dat de meeste wetenschappers niet langer geloven dat de Bijbel iets zinnigs te zeggen heeft over de fysieke wereld. Als ze gelovig zijn, zouden ze zeggen dat de Bijbel alleen over geestelijke realiteiten gaat.

Ik zou vanuit mijn perspectief zeggen dat hun verduisterde verstand als een gevolg van de zonde hen tot verkeerde conclusies heeft geleid, zoals de oerknaltheorie en de evolutietheorie. Bovendien, door goddelijke openbaring uit te sluiten, hebben ze een beperkte hoeveelheid bewijsmateriaal. Ik denk dat goede wetenschappers al het relevante beschikbare bewijsmateriaal zouden moeten gebruiken, inclusief Gods bijzondere openbaring.” Waardoor vertrouwen ook christenwetenschappers vaak niet op Gods onfeilbare Woord?

„Ze willen niet belachelijk gemaakt of bespot worden, omdat hun conclusies afwijken van die van seculiere wetenschappers. Eerlijk gezegd zijn er ook vrij sterke wetenschappelijke argumenten voor evolutie. Maar ik geloof niet dat die argumenten geldig zijn. Ze kunnen echter zeer overtuigend zijn voor christelijke wetenschappers die alleen het natuurlijke en materiële bewijs in hun conclusies verwerken.”

„De hedendaagse wetenschap staat los van de bijzondere openbaring en spreekt die op cruciale punten tegen” - Hans Madueme, hoogleraar theologie Covenant College

Worden zulke wetenschappers dan ook beïnvloed door het sciëntisme?

„Dat denk ik zeker. Christenen voelen zich vooral aangetrokken tot oudeaardecreationisme en theïstische evolutie, omdat moderne wetenschap zo’n grote rol speelt in onze moderne cultuur. Het is echter een wetenschap die losstaat van de bijzondere openbaring en die de bijzondere openbaring op cruciale punten tegenspreekt. Ik denk niet dat je christen kunt zijn én tegelijk het sciëntisme aanhangen.”

U stimuleert jongeaardecreationisten om wetenschap te bedrijven. Wat is uw belangrijkste drijfveer?

„Waarom zouden we wetenschap aan ongelovigen moeten overlaten? Als jongeaardecreationisten geloven we dat de gangbare wetenschap op belangrijke punten onjuist is. Dit probleem zal alleen maar erger worden als alle creationisten wetenschappelijke disciplines vermijden. De Bijbel roept ons op om God te verheerlijken in elk aspect van ons leven, en dat geldt ook voor de wetenschap. We zouden jonge christenen moeten aanmoedigen om een ​​carrière in de wetenschap te overwegen.”

Hoe zou goede wetenschap er volgens u uit moeten zien?

„De beste creationistische wetenschappers die ik ken, zijn niet verbonden aan bekende creationistische apologetische organisaties, zoals Answers in Genesis of Institute for Creation Research. Ik durf te stellen dat de wetenschap die door sommige van die populaire organisaties wordt geproduceerd vaak van zeer lage kwaliteit is. Ik schrijf momenteel samen met de creationistische wetenschappers Todd Wood en Paul Garner een boek over goede creationistische wetenschap. Als God het wil, zal dat boek in 2027 verschijnen.”

De Amerikaanse theoloog gelooft er niets van dat gangbare wetenschap God ooit overbodig zal maken. „Wij zullen de schepping nooit door en door begrijpen, omdat we de almachtige Schepper nooit zullen doorgronden. Elke keer als we kennishiaten hebben gevuld, komen er nieuwe hiaten voor in de plaats. God, de ene en enige El-Schaddai, onmetelijk machtig, is de enige reden waarom veel wetenschappelijke kwesties onoplosbaar zullen blijven.”

← Terug naar artikelen